Bara: een heerlijke Surinaamse snack!

Bara is een heerlijke hindoestaanse snack. Het vergt even oefening en geduld om ze te leren maken. De tajerbladen kun je eventueel vervangen door bladspinazie.











Ingredienten:
- 1 kg. bloem (of zelfrijzend bakmeel en dan geen bakpoeder en baksoda gebruiken)
- 500 gr. fijn gemalen urdi (nachtje weken)
- 6 teentjes knoflook
- 1½ theel. zout
- 1 theel. bakpoeder
- 1 theel. baksoda
- 1 kleine madame jeanette peper
- 2 theel. komijnzaad (djira) of komijnpoeder
- 6 jonge tajerbladeren (of wat verse spinazie)
- water
- 1 liter olie.

Bereiding:
- Het komijnzaad even bruin roosteren in een droge koekepan.
- Een deeg maken van de bloem met bakpoeder en -soda, de gemalen urdi, de fijngestampte knoflook en peper, de komijn, zout, gewassen en fijngesneden tajerblad of spinazie met de juiste hoeveelheid water om er een soepel deeg van te vormen.
- Het deeg goed kneden tot het een samenhangend geheel wordt.
- Het deeg dan afgedekt een paar uur laten rusten.
- In een wok of pan olie goed verhitten.
- Vorm vlak voor het bakken ronde platte koekjes met in het midden een gaatje.
- Het deeg mag niet te stevig zijn en daarom kun je het het beste pas vormen als je gaat bakken.
- Als je de rondjes in de olie hebt gedaan met een lepel constant hete olie eroverheen doen, je ziet dan meteen dat de barra boller wordt. Als dat niet gebeurt, dan is de olie niet heet genoeg.
- De bara's goudbruin bakken.

Eet de bara met hete chutney van madame jeanette met tomaat.

Rubriek: Surinaamse recepten, snacks

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen